Kwaliteit grondwater

Grondwater heeft vele functies, waaronder de drinkwaterwinning, landbouw, industrie, natuur en energie. Er moet voldoende zijn, van een goede kwaliteit.

Beleid

Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR)

Grondwaterlichamen

In de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Grondwaterrichtlijn (GWR) zijn op Europees niveau doelen voor grondwater geformuleerd, die worden beoordeeld op het niveau van de 23 in Nederland onderscheiden grondwaterlichamen. Daarnaast kent de KRW-beoordeling regionale doelen voor grondwaterkwaliteit, die de geschiktheid van het grondwater beoordelen voor de kwaliteit van drinkwaterwinningen en van grondwaterafhankelijke natuur en grondwaterafhankelijk oppervlaktewater. De GWR vult de doelen van de KRW voor grondwater verder in.

Mestbeleid: Nitraatrichtlijn en actieprogramma’s

Het doel van de Europese Nitraatrichtlijn is het verminderen en verder voorkomen van nitraatverliezen uit de landbouw om het aquatische milieu te beschermen. Met ingang van 2018 is het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn van kracht. Dat programma is gericht op vermindering van de waterverontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen en kan zo bijdragen aan het halen van de doelen van de KRW. Onderdeel van het actieprogramma is een gebiedsspecifieke inzet voor de vermindering van nitraat in grondwater­beschermings­gebieden, vastgelegd in een bestuursakkoord van LTO, IPO, Vewin en de ministers van LNV en IenW. Via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) wordt deelname van agrariërs gestimuleerd.

Natuurbeleid

Het Europese natuurbeleid is vooral gericht op Natura 2000, het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden voor die specifieke gebieden typerende diersoorten met hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Nederland heeft op dit moment 163 Natura 2000-gebieden aangewezen. Ongeveer 80 daarvan zijn afhankelijk van grondwater. De maatregelen die voortvloeien uit het natuurbeleid zijn opgenomen in de beheerplannen Natura 2000.

Vooral vanuit de Delta-aanpak Waterkwaliteit zijn verschillende trajecten ingezet om een beter beeld te krijgen van de effecten van nieuwe, opkomende stoffen en om mogelijke (aanvullende) maatregelen te identificeren. Zie verder beleid met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen.

Verder lezen

Doelen

De KRW bepaalt dat alle grondwaterlichamen uiterlijk in 2027 in goede toestand moeten verkeren, tenzij een beroep gedaan kan worden op de uitzonderingen. De KRW-doelen voor een goede chemische toestand in grondwater zijn:

  • Het inbrengen van verontreinigende stoffen beperken of voorkomen;
  • achteruitgang van de toestand van de grondwaterlichamen voorkomen;
  • het bereiken en behouden van de goede toestand van grondwaterlichamen;
  • significant stijgende trends van verontreinigende stoffen in het grondwaterlichaam tegengaan;
  • de doelen voor beschermde gebieden, zoals drinkwaterwinningen en natuurgebieden te halen.

Normen voor chemische toetsing KRW-grondwater

Normen voor chemische toetsing KRW-grondwater

BKMW = Besluit Milieukwaliteitseisen en Monitoring Water

De chemische toestand van een grondwaterlichaam wordt beoordeeld aan de hand van bovenstaande normen. Om te toetsen of overschrijding plaatsvindt in het gehele grondwaterlichaam wordt als criterium gebruikt: overschrijding van de norm op meer dan 20 procent van alle meetpunten, waarbij metingen op 10 en 25 meter diepte samen worden genomen.

Verder lezen

Toestand

Toestand volgens de KRW-beoordeling

beoordeling grondwaterkwaliteit volgens KRW 2015

Volgens de stroomgebiedbeheerplannen van 2015 voldeden de meeste grondwaterwater­lichamen aan de algemene chemische toestand. Het KRW-criterium voor nitraat werd in het krijtgebied in Zuid-Limburg overschreden en in een deel van het duingebied werd de norm voor fosfor overschreden. Voor de grondwaterlichamen in het zandgebied geldt dat het percentage meetpunten waar de nitraatnorm werd overschreden dicht bij het criterium van 20 procent lag. Inmiddels is een nieuwe beoordeling uit 2020 beschikbaar; de verschillen tussen de toestand van 2015 en 2020 zijn gering. Waar sprake is van een positieve of negatieve ontwikkeling, schommelt het percentage meetpunten met een overschrijding rond het criterium van 20 procent.

In regionale toetsen is door de provincies beoordeeld of de kwaliteit van het grondwater-lichaam voldoet voor grondwaterafhankelijke oppervlaktewateren, grondwaterafhankelijke terrestrische ecosystemen (Natura 2000) en de drinkwaterwinning. Volgens de KRW-rapportage uit 2015 was in 2014 de chemische toestand van ongeveer 50 procent van de grondwaterlichamen onvoldoende voor grondwaterafhankelijke oppervlaktewatersystemen, 15 procent was onvoldoende voor Natura 2000-gebieden en 30 procent was onvoldoende voor drinkwaterwinning. Omdat problemen soms in dezelfde gebieden voorkomen, doen zich in circa driekwart van de grondwaterlichamen regionale problemen voor.

‘Vergrijzing’ van het grondwater

Uit een landelijke inventarisatie van 2017 blijkt dat vrijwel al het geanalyseerde ondiepe grondwater en twee vijfde van het diepe grondwater chemicaliën bevat die van de mens afkomstig zijn. Ruim 15 procent van het grondwater voldeed niet aan de norm voor gewasbeschermingsmiddelen en in een kwart van de grondwatermonsters werden geneesmiddelen aangetroffen. In 75 procent van de monsters werden nieuwe stoffen aangetroffen, stoffen die niet eerder in het watersysteem zijn aangetroffen en die niet regulier worden bemonsterd. Door menselijke activiteiten wordt het grondwater tot steeds grotere diepten verontreinigd met veel verschillende stoffen. Door deze ‘vergrijzing’ van het grondwater blijft de kwaliteit ervan onder druk. De ‘vergrijzing’ van het grondwater is vooral een zorg voor de drinkwatervoorziening, maar kan ook de oppervlaktewaterkwaliteit negatief beïnvloeden.

Verder lezen

Maatregelen en effecten

Maatregelen huidig beleid 2016-2021

aantal grondwatermaatregelen per type KRW maatregel

Volgens de KRW-rapportage uit oktober 2018 zijn in de periode 2016-2021 meer dan 1.900 maatregelen gepland in de grondwaterlichamen. Ongeveer 25 procent daarvan betreft het uitvoeren van onderzoek, circa 35 procent betreft het saneren van verontreinigde bodemlocaties (met name Rijn-West en Rijn-Oost), 10 procent betreft instrumentele maatregelen (zoals overleg, maken van afspraken, monitoring), 5 procent betreft inrichtingsmaatregelen (vegetatie of hydrologie) en 5 procent voorlichting. De meeste van deze maatregelen zijn geïnitieerd door de provincies.

Maatregelen die in eerste instantie gericht zijn op het verminderen van de belasting van het oppervlaktewater met verontreinigende stoffen, kunnen ook bijdragen aan de grondwaterkwaliteit.

Effecten maatregelen huidig beleid 2016-2021

beoordeling regionale geschiktheid van grondwaterlichamen volgens KRW

 

Volgens de prognoses van de provincies zullen de regionale grondwaterproblemen in 2021 slechts in beperkte mate verbeteren. Daarmee doet zich in circa 50 procent van de grondwaterlichamen een regionaal probleem voor, als gevolg van de kwaliteit van het grondwater. Het gaat in de meeste gevallen om een teveel aan nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, naast chloride, metalen en ammonium. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat in deze prognoses van de provincies de effecten van het bestuursakkoord in het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn betreffende de grondwaterbeschermingsgebieden nog niet zijn meegenomen.

Toekomstige maatregelen 2022-2027

De provincies verwachten in de loop van 2020 de gebiedsprocessen ten behoeve van de volgende planperiode van de KRW (2022-2027) af te ronden. Daarom is op het moment van schrijven nog niet aan te geven welke specifieke grondwatermaatregelen te verwachten zijn voor de periode 2022-2027.

Effecten toekomstige maatregelen 2022-2027

nitraatconcentratie in bovenste grondwater per grondwaterlichaam 2027

Zoals eerder aangegeven kunnen maatregelen voor oppervlaktewater ook bijdragen aan de grondwaterkwaliteit. Met het Nationaal Watermodel is het effect berekend van de maatregelpakketten voor oppervlaktewater op de nitraatconcentraties in de bovenste meter grondwater onder landbouwgronden.

De concentraties in het bovenste grondwater (1m) zijn hoger dan in ondiep (10m) en diep grondwater (25m), omdat nitraat kan afbreken tijdens het neerwaartse transport. De berekende concentraties kunnen dus niet direct vergeleken worden met de nitraatnorm van 50 mg/l, omdat voor de KRW-beoordeling metingen in ondiep en diep grondwater samengenomen worden. De rekenresultaten geven wel een indicatie van het effect van de beschouwde maatregelpakketten op de grondwaterkwaliteit.

In het Maasstroomgebied worden de hoogste concentraties berekend en zou met de voorziene maatregelen de gemiddelde nitraatconcentratie in het bovenste grondwater in het krijtgebied boven of rond de norm blijven, met op sommige locaties maxima van meer dan 100 mg/l. Eerder is berekend dat in 2027 de nitraatconcentratie in ondiep grondwater in het zuidelijk zandgebied gemiddeld 60 mg/l bedraagt.

Verder lezen

 

 

 

 

 

Opgaven en handelingsopties

Opgaven

De taken en verantwoordelijkheden rond grondwater voor provincies, waterschappen en gemeenten zijn ook onder de Omgevingswet nog niet scherp afgebakend en vragen om verdere uitwerking. Dit kan een onderdeel zijn van nieuwe afspraken voor de periode na 2020 met de partijen die deelnemen aan het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020. Vooral de verdeling van bevoegdheden en sturingsmogelijkheden rond diffuse landbouw­bronnen over Rijk en regionale overheden vraagt om meer duidelijkheid.

De nitraatconcentraties in het bovenste grondwater onder landbouwgrond zijn in het zandgebied significant gedaald. Ondanks de daling werd in 2017 op 46 procent van de bedrijven in het zuidelijk zandgebied de norm van 50 milligram nitraat per liter overschreden, in het lössgebied op 64 procent van de bedrijven. De kwaliteit van grondwater in de zandgebieden blijft daarmee onder druk.

Volgens de prognoses van de provincies vormt in 2021 de kwaliteit in circa 50 procent van de grondwaterlichamen een regionaal probleem voor grondwaterafhankelijke natuur, voor de kwaliteit van oppervlaktewater of voor drinkwaterwinning. Het gaat in de meeste gevallen om een teveel aan nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, naast chloride, metalen en ammonium. De belangrijkste bron voor de meeste van deze stoffen is de landbouw; een oplossing van de regionale problemen zal dus vooral daar gezocht moeten worden.

Handelingsopties

De opgaven voor grondwater overlappen voor een belangrijk deel met de opgaven voor oppervlaktewater. Daarmee komen ook de handelingsopties voor grondwater grotendeels overeen met de handelingsopties voor oppervlaktewater, wat betreft verontreinigende stoffen, opkomende stoffen, medicijnresten, gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten. Het is daarbij wel nodig dat in deze trajecten de opgaven die voortvloeien uit de doelen voor grondwater expliciet worden meegenomen.

Omdat het lang kan duren voor vervuilingen het diepere grondwater bereiken, kan een ondiep early warning-meetnet helpen om in een vroeg stadium zicht te geven op komende verontreinigingen. Hiermee kan onder andere een beter beeld worden gekregen van de ‘vergrijzing’ van het grondwater en kunnen zonodig gericht maatregelen worden getroffen ter verbetering van de grondwaterkwaliteit.

Verder lezen

 

Deel deze pagina

Vragen over Nationale Analyse waterkwaliteit?

Neem dan contact op met Frank van Gaalen via frank.vangaalen@pbl.nl