Invloed van biociden op waterkwaliteit nog niet goed in beeld

Weinig mensen weten wat biociden eigenlijk zijn en hoe breed het gebruik ervan is. Slechts een kwart van de biociden die in Europa zijn toegestaan, wordt gemonitord in het Nederlandse oppervlaktewater. Bij waterbeheerders bestaat nog een diffuus beeld over de invloed van deze stoffen, terwijl ze toch onverwacht kunnen opduiken. Het Deltafact Biociden benoemt de huidige kennis én kennishiaten.

Biociden

Net als de onlangs gepubliceerde Deltafacts Microplastics en Consumentenproducten, is het Deltafact Biociden bedoeld om waterbeheerders te informeren over deze stofgroepen. De Deltafacts zijn producten van het project Ketenverkenner van de Kennisimpuls Waterkwaliteit (KIWK). In de Kennisimpuls Waterkwaliteit werken Rijk, provincies, waterschappen, drinkwaterbedrijven en kennisinstituten aan meer inzicht in de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater en de factoren die deze kwaliteit beïnvloeden. Daarmee kunnen waterbeheerders en andere partijen de juiste maatregelen nemen om de waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten. In het programma brengen partijen bestaande en nieuwe kennis bijeen, en maken ze die kennis (beter) toepasbaar voor de praktijk.

 

Bewustwordingsproces

Biociden zijn biologisch actieve stoffen, bedoeld om schadelijke levende organismen te bestrijden, te lokken, of af te weren. Letterlijk betekent biociden: ‘leven-dodend’. Het Deltafact Biociden noemt vier hoofdgroepen: desinfectiemiddelen, conserveermiddelen, plaagbestrijdingsmiddelen en ‘andere biociden’, waaronder antifouling op schepen dat aangroei van organismen tegengaat. Bij gewasbeschermingsmiddelen ligt het voor de hand om de emissie naar het water te monitoren. Maar bij biociden is dit vaak minder vanzelfsprekend, zegt Ivo Roessink, onderzoeker bij WUR: “Het gebruik van biociden is diffuser dan bij gewasbeschermingsmiddelen, die bijvoorbeeld worden aangebracht om bladluizen of andere plaagdieren tegen te gaan. Omdat in het laatste geval een blootstellingsroute naar het water bestaat, is het logisch dat je als waterbeheerder daarnaar kijkt. We begrijpen steeds beter dat ook biociden via onverwachte achterdeurtjes in ons milieu terecht kunnen komen. Het gaat dus om een bewustwordingsproces.”

 

Nog niet goed in beeld

In welke mate biociden in het Nederlandse water in de gaten worden gehouden, is uitgezocht door datawetenschapper Tessa Pronk van KWR. “Van de 254 biociden die in Europa zijn toegestaan, worden er slechts 55 gemonitord. Dat is dus maar een fractie van wat in het oppervlaktewater zou kunnen voorkomen.” Wat een reden van deze ondermaatse monitoring is, wordt uitgelegd door Joke Wezenbeek, onderzoeker bij het RIVM. “Voor biociden bestaan vaak nog geen gestandaardiseerde analysemethoden. En bovendien zijn ze wat betreft hun emissieroute naar water nog niet goed in beeld. Biociden die bijvoorbeeld als conserveringsmiddel in een blik verf zitten, hoe zouden die in het water belanden?” Bijkomende factor is dat biociden vaak een dubbele toepassing hebben, vult Pronk aan. “Het is dus maar de vraag of ze worden gemonitord omdat ze een biocide zijn. Uiteindelijk bleek het slechts om een zestal biociden te gaan die ook alleen voor dat doel worden gebruikt.”

 

Belangrijkste emissieroute via rwzi

Heel verhelderend dus, dat in het Deltafact Biociden van de 22 productsoorten die de Europese Biocidenverordening hanteert de emissieroutes staan vermeld. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat desinfectiemiddelen en conserveermiddelen vooral via rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) het oppervlaktewater kunnen bereiken. Roessink: “Het is niet zo dat mensen blikken verf door het toilet spoelen. Wel worden er bijvoorbeeld veel tuinschuttingen geverfd. Door de regen worden deeltjes uit die verf afgespoeld, waarna ze via het riool in de RWZI terechtkomen en uiteindelijk in het oppervlaktewater.”

 

Goed gereguleerd

Behalve een eerste verkenning van biociden die van belang zijn voor de waterketen en het voorkomen ervan in het Nederlandse watersysteem, behandelt het Deltafact Biociden ook de governance. “Net als gewasbeschermingsmiddelen zijn biociden stoffen die heel goed zijn gereguleerd”, zegt Wezenbeek. “Je mag deze stoffen pas gebruiken wanneer ze zijn goedgekeurd en de biocide-producten met deze stoffen erin zijn toegelaten. Je moet dus aantonen dat het product veilig is voor mens en milieu. Toch wijst onze verkenning uit dat sommige biociden boven de grenswaarde in het water kunnen zitten. Een goed voorbeeld hiervan is DEET, een stof die in insectenwerende middelen zit.”

 

Vervolgonderzoek

Het opduiken van biociden in water, terwijl je dat op basis van het gebruik ervan niet zou verwachten – zoals DEET en houtconserveringsmiddelen – is wat Roessink betreft een van de belangrijkste uitkomsten van het Deltafact Biociden. “In eerste instantie hebben we hiermee het landschap van deze stoffen met betrekking tot de waterketen in beeld gebracht.” Om de waterbeheerders nog beter te informeren, gaat het onderzoek verder. Aan de hand van een lijst van alle Europese biociden en hun bijbehorende stofeigenschappen, wordt in een vervolgstudie vastgesteld welke hiervan in het water terecht kunnen komen en wat de eventuele toxische effecten zijn. “Voor waterbeheerders is het niet nodig alle biociden te meten”, nuanceert Wezenbeek. “Zo zullen  ozon en alcohol bijvoorbeeld geen schadelijk effect hebben op de waterkwaliteit omdat ze snel afbreken. Deze stoffen zul je dus niet in het water aantreffen.”

Deel deze pagina

Houd mij op de hoogte