Project Gewasbescherming: wat gebeurde er in 2020?

Eind 2020 verscheen de KIWK-voortgangsrapportage 2020, waarin een overzicht wordt gegeven van de voortgang van de afzonderlijke projecten die lopen binnen de Kennisimpuls Waterkwaliteit. De komende weken vertellen we u graag wat er in de uiteenlopende projecten is gebeurd. Deze keer: Gewasbeschermingsmiddelen.

foto spuitnoom

Ons oppervlaktewater bevat gewasbeschermingsmiddelen in veel te hoge concentraties. Ook het grondwater is op veel plaatsen verontreinigd. Dit tast de kwaliteit van onze bronnen voor drinkwater aan. We weten nog niet goed welk van deze emissies en emissieroutes de meeste problemen veroorzaken. Het doel van dit project is om de kennis hierover te vergroten. Dat leidt tot effectievere maatregelen en betere kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater.

Het project is verdeeld in twee fasen. Fase 1 bestond uit een inventarisatie van de emissieroutes die het meest bijdroegen aan watervervuiling en milieurisico’s. Sindsdien focust het project zich op oppervlakkige afspoeling, erfemissies en vroegtijdige monitoring in ondiep grondwater.

Wat gebeurde er tot dusver?
Begin 2020 is fase 1 van het project afgerond met de publicatie van een KIWK-rapport Analyse van de bijdrage van verschillende emissieroutes van gewasbeschermingsmiddelen aan de waterkwaliteit. Ook verscheen een Deltafact over emissieroutes van gewasbeschermingsmiddelen. Uit de inventarisatie blijkt dat we veel weten over de manier waarop gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater terechtkomen. Maar het aandeel van elke route, zoals afspoeling vanaf percelen, spuitdrift, drainage en erfemissies is nog niet goed in beeld gebracht. Afzonderlijke emissieroutes kunnen per regio en locatie of perceel van elkaar verschillen. Op landelijke schaal is het wel mogelijk de verhouding te schatten tussen het effect van drift, atmosferische depositie en drainpijpafvoer. Voor oppervlakkige afspoeling en erfafspoeling ontbreekt er nog kennis. Voor het grondwater komt naar voren dat huidige meetresultaten op grotere diepte vaak geen 1-op-1 relatie laten zien tussen het gebruik van stoffen en hun aanwezigheid in het grondwater.

Wat gaat er gebeuren?
In fase 2 worden oppervlakkige afspoeling vanaf percelen en vroegtijdige signalering van gewasbeschermingsmiddelen in grondwater verder bekeken. Voor oppervlakkige afspoeling willen de onderzoekers toe naar een webtool met risicokaarten van afstroming van water en afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen vanaf percelen. In relatie daarmee willen ze opties formuleren voor maatregelen om de emissie via afspoeling te reduceren. Die moeten passen binnen de handelingsmogelijkheden van telers.

Voor grondwater willen de onderzoekers een eerste uitwerking maken van een ‘Early warning system’, in afstemming met de gebruikers in het Platform Meetnetbeheerders. Doel daarvan is het vóórkomen van stoffen in het ondiepe grondwater snel na toepassing in beeld te krijgen.   

Op het erf vinden veel activiteiten plaats waarbij resten van middelen het oppervlaktewater kunnen bereiken. Anders dan voor perceel-emissies weten we niet welke concentraties dat kan opleveren. De onderzoekers verkennen of erf-emissies een mogelijke oorzaak kunnen zijn van normoverschrijding in het oppervlaktewater (‘proof of principle’).

In de komende periode staat het toepasbaar maken van de kennis voor de uitvoeringspraktijk centraal. Dat gebeurt onder meer door op te leveren producten te toetsen aan de behoeften van eindgebruikers.

Hebt u vragen?

Voor vragen kunt u een email sturen naar mark.montforts@rivm.nl

Deel deze pagina

Houd mij op de hoogte